Ze staat bij de tramhalte te wachten als ze hem aan ziet komen lopen. Hij glimlacht naar haar en zegt:
“Goedemorgen.”
Ze zegt goedemorgen terug. Hij komt vlak naast haar staan, voor haar gevoel nét te dichtbij. Ze doet een klein stapje opzij om iets meer ruimte te scheppen. De tram komt er aan en ze stapt in, de man stapt achter haar aan ook de tram in. Het is druk, er zijn nog maar weinig zitplaatsen. Ze gaat zitten en de man komt naast haar zitten. Ze kijkt naar buiten, maar voelt dat de man af en toe naar haar kijkt. Ze voelt zich een beetje ongemakkelijk. Dan vraagt de man:
“Begin je altijd zo vroeg?”
Ze kijkt hem verwondert aan. Ze zegt dat ze niet altijd zo vroeg begint en kijkt weer naar buiten in de hoop hem daar mee af te poeieren. Het lijkt te werken, de man zegt verder niks meer. Hij doet alsof hij haar kent, maar zij weet echt zeker dat ze hem nog nooit heeft gezien. Als ze bij haar halte aankomen staat ze op. De man uiteraard ook, anders kan zij er niet langs. Hij laat haar voor gaan, maar stapt ook uit. Nu begint ze zich toch wel erg opgelaten te voelen. Ze zet stevig de pas er in naar het kantoor waar ze werkt. De man komt naast haar lopen.
“Ach”, zegt hij, “dan kunnen we ook net zo goed even samen op lopen.”
Nu weet ze helemaal niet meer wat hier van te denken. Het is maar een klein stukje en dan is ze er gelukkig al. Ze draait zich naar de man en zegt:
“Nou daag!”
Ze loopt naar binnen, maar de man loopt gewoon met haar mee naar binnen. Ze weet niet wat ze hier mee aan moet. Moet ze gaan schreeuwen of om hulp roepen? Maar waarom, hij doet verder niks. Als ze haar afdeling op loopt groet ze haar collega’s en tot haar stomme verbazing groeten de collega’s niet alleen haar maar ook de man die met haar mee loopt. Ze noemen hem zelfs bij zijn naam! Dus zij kennen deze vent wel. Het wordt steeds gekker!! Ze draait zich naar de man om en dan ziet hij haar verbazing.
“Oh, ik had me helemaal nog niet voorgesteld” zegt hij lachend.
Nee, dat had hij inderdaad niet. Hij zegt dat hij de nieuwe collega is. Vorige week was hij al langs geweest om kennis te maken, maar toen was zij er niet.
“Maar hoe ken jij mij dan?” vraagt ze nog steeds erg verbaasd.
Hij blijkt haar herkend te hebben van haar LinkedIn foto. HIj zegt ook nog dat hij het een hele leuke foto vond. Ze blijft hem aankijken en denkt er het hare van.
