De vangrail gekust

Het is 15 april 2016. De spanning op het werk is enorm, volgende week zijn de aanzeg- of benoemingsgesprekken. Ik weet het niet, kan niet inschatten wat het gaat worden voor mij. Om half vijf ga ik naar huis. Het is druk op de weg. Ik rijd op de rechterbaan, op de middelste baan rijdt een vrachtwagen. Als ik half naast zijn cabine rijd zie ik een seconde voordat hij mij raakt dat hij naar rechts gaat. Hij raakt me aan de linkerzijkant. Ik denk:
“Dit gaat pijn doen.”

Als ik voel dat ik ga spinnen doe ik mijn ogen dicht. Ik rijd midden op de snelweg, in de spits. Auto’s links en rechts van mij. Ik knal ergens tegenaan maar ik weet niet waar ik tegenaan ben geknald. Als ik al even stilsta durf ik mijn ogen weer open te doen. Ik blijk op een uitvoegstrook te staan en gelukkig niet midden op de snelweg. De vrachtwagen is een stukje doorgereden en daar stil gaan staan. Er komen mensen naar me toe en vragen of ik pijn heb. Ik beweeg m’n armen en benen voorzichtig, nergens pijn. Ook mijn hoofd en nek doen geen pijn. Een vrouw is aan de telefoon met 112 en vraagt of er een ambulance moet komen. Nee, dat hoeft niet. Er zit een man naast mijn open autodeur. Hij zegt dat hij EHBO heeft en dat ik even rustig moet blijven zetten. Ik zet de motor uit. Ik herken de jongen die achter mij reed, ik had hem gezien in mijn achteruitkijkspiegel. Ik ben helder. Niks aan ’t handje.

De man met EHBO helpt mij uitstappen. Een beetje wiebelig, verder niks aan de hand. We lopen naar de vangrail. De politie gaat aan de overkant met gillende sirenes voorbij, dat zal wel voor mij zijn. De vrachtwagenchauffeur komt ook aangelopen. Hij is spierwit en kan bijna niet praten van de schrik. Daar heb ik geen last van, ik ratel aan één stuk door. Er staat een man met een geel NS-hesje aan het verkeer te regelen. Geen idee wie hij is of waar hij vandaan is gekomen. Ik zie alles en onthoud ook alles. De politie is er en ik vertel wat er is gebeurd. De jongen en vrouw die achter mij reden bevestigen mijn verhaal. De EHBO-man laat mij over aan de politie en gaat weg. De jongen en vrouw laten hun gegevens achter als getuigen. Samen met de vrachtwagenchauffeur vul ik het schadeformulier in. De politie checkt rijbewijzen en we moeten blazen.

Terwijl ik zo tegen de vangrail sta kijk ik naar links. Ik zie daar een enorm deuk in de vangrail en vraag de agent:
“Die deuk zat er al toch? Die is niet door mij toch?”
De agent kijkt mij een beetje verbaasd aan. Hij wijst naar de sporen die duidelijk naar mijn auto wijzen. Aha, dát was dus de klap. Dat realiseer ik me dan pas. Inmiddels is het bergingsbedrijf gearriveerd. De agent had al gezegd dat mijn auto niet meer te redden zal zijn, total loss. De berger beaamd dit. Er wordt gevraagd of ik opgehaald kan worden. Nee dus. De agent zegt dat ik maar even met de berger moet overleggen hoe ik thuis kom, eventueel een taxi bellen. Op dat moment voel mij enorm eenzaam.

De agenten gaan de straat vegen, mijn auto wordt op de auto geladen en ik ga in de bergingsauto zitten. Het bergingsbedrijf blijkt vlakbij mijn huis te zitten, aan de andere kant van de snelweg. Daar aangekomen gaat de berger overleggen met een man achter de balie hoe ik thuiskom. Die man zegt dat hij toch net naar huis gaat en dat hij langs mijn huis komt, hij zet mij wel even af. Hij blijkt de eigenaar te zijn en een megagrote SUV te hebben, zo eentje waar je met een opstapje in moet. Hij zet me keurig af bij mijn huis.

Als ik thuis ben voel ik mij nog steeds goed. Geschrokken, maar goed. Ik bel mijn moeder en probeer zo voorzichtig mogelijk te vertellen wat er is gebeurd. Daarna app ik mensen. Ik krijg superlieve reacties die me heel goed doen. Ik eet wat en ga dan maar lang in bad, hopende dat ik zo een beetje de spierpijn tegen kan gaan waar de politie me al voor gewaarschuwd heeft. Ik kan ’s avonds niet slapen van de adrenaline. De dag erna valt het best mee qua pijn. Ik bel de verzekering en regel dingen. De dag erna wordt de pijn in mijn nek en schouders flink erger.

Op maandag ga ik toch maar even naar de huisarts, maar die bevestigd wat ik al dacht, het hoort er allemaal bij en is normaal. Het schadebedrijf belt, de auto is total loss. Ook geen verrassing. Aan de buitenkant was de schade al EUR 7.500,-, ze hadden de motorkap nog niet eens open gehad. Die ging trouwens ook niet meer open. De volgende dag haal ik een vervangende auto, ik wil toch zo snel mogelijk weer rijden. En ik moet op zoek naar een andere auto. Ik sta in de regelstand. De hele week. Lichamelijk gaat het best ok, het valt me mee. Ik ben eigenlijk wel trots op mijn lijf. Ik heb niet eens gejankt. Als dat alles is………

Het weekend erna blijkt dat toch niet het enige te zijn. Tijdens de verjaardag bij mijn moeder heb ik het idee dat iedereen keihard schreeuwt. Alles komt heel hard binnen. Ook als ik in de trein naar huis zit heb ik het idee dat iedereen heel hard praat en geluiden van telefoons klinken loeihard in mijn hoofd. Op het station in Amersfoort vraagt een Belgisch meisje in het Nederlands de weg. Ik antwoord in het Engels. Ze kijkt mij verbaasd aan. Pas als ik wegloop realiseer ik mij dat ze gewoon Nederlands sprak. Het gaat dus nog niet goed met mij. Ook de week erna heb ik concentratieproblemen en kan ik niks aan mijn hoofd hebben. De keren dat ik in de keuken sta en niet weet wat ik er doe zijn niet te tellen. Het ongeluk blijkt meer impact te hebben dan ik in eerste instantie dacht. Ik neem de tijd om te herstellen en doe rustig aan. Langzaam gaat het beter.

De deuk in de vangrail heeft er nog zeker een half jaar gezeten. Het is echt een enorme klap geweest.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven