Hij staat al een half uur voor zijn kledingkast. Zijn lege kledingkast. Er ligt nog één t-shirt en één broek, maar eigenlijk kan het niet meer. Ze zijn verschoten en in het t-shirt zit een gat bij de schouder. Hij kijkt opzij naar de overvolle wasmand, waar hij al een overhemd uit had gehaald maar na er even aan geroken te hebben het toch snel weer terug had gegooid. Met een diepe zucht trekt hij het t-shirt met gat en verschoten zwarte spijkerbroek aan.
Ze staat op de afgesproken plek op hem te wachten en ze is mooi. Nog mooier dan op de foto’s. Hij voelt zich lullig zo in z’n versleten kleding, alsof hij geen moeite voor haar heeft gedaan. Dat had hij wel gewild, als zijn wasmachine niet kapot was gegaan. Twee weken geleden. Hij wist dat hij een nieuwe moest kopen, maar hij kan het niet over z’n hart verkrijgen om de oude weg te doen. Die oude wasmachine had hij gekregen van zijn beste vriend, jaren geleden toen hij aan de grond zat. Op het dieptepunt van zijn carrière stond ie daar ineens in de keuken, hij had niks gevraagd of gezegd. ‘Je moet toch je kleren wassen’, had z’n vriend gezegd. Het staat voor een keerpunt, vanaf dat moment was het beter gegaan en nu was hij een bekende muziekproducent met geld genoeg voor wel tien wasmachines.
Samen lopen ze naar het terras op het strand. Het is een onverwacht mooie zonnige middag in het voorjaar, het is rustig op het strand. Ze zitten naast elkaar en af en toe valt er een stilte, die niet ongemakkelijk is. Ze kijken naar de zee. Hij streelt zachtjes over haar arm. ‘Dit is fijn hè?’ zegt hij. Ze knikt en hij glimlacht. Voor hem voelt het als vanzelfsprekend, alsof ze elkaar al veel langer kennen dan een uur. Hij vindt haar leuk en besluit haar te vertellen over zijn kledingkeuze, die geen keuze was. Over zijn kapotte wasmachine. Hij voelt dat hij eerlijk tegen haar wil zijn, ook al schrikt het haar misschien af. Als zijn kleding haar nog niet af geschrokken heeft. Maar als dat zo is, past ze misschien ook niet bij hem. Hij bijt op zijn lip en haalt even diep adem voordat hij het er in één keer uit gooit. ‘Sorry trouwens voor mijn kleren. Ik had geen andere schone meer want mijn wasmachine is al twee weken kapot en ik ben er emotioneel aan gehecht dus ik wil eigenlijk geen andere kopen.’
Ze begint te lachen en kijkt naar hem. Dan ziet ze dat hij serieus is en is even stil. Ze vraagt hem waarom de wasmachine zo bijzonder voor hem is. Hij twijfelt geen moment om het te vertellen. Terwijl de serveerster nog een drankje brengt verteld hij over zijn verleden en over zijn band met zijn goede vriend. Ze zitten dicht naast elkaar, haar hand in de zijne. Hij had niet eens gemerkt dat hij haar hand had vastgepakt. Ze blijven lang praten, de zon gaat al onder als ze afscheid van elkaar nemen. Ze geven elkaar een lange knuffel. ‘Ik vond het leuk’, zegt hij.
‘Ik ook’, zegt ze.
Hij kijkt haar nog even na terwijl ze wegloopt over het strand. Als hij thuis is legt hij een hand op de oude wasmachine en zegt: ‘Het is tijd voor wat nieuws.’
